Schubert, Franz

Schubert is één der eerste oorspronkelijk Weense componisten (de grote drie “Weense klassieken” Haydn, Mozart en Beethoven waren ‘geïmporteerd’ uit resp. Bohemen, Salzburg en Bonn). Op 31 januari 1797 werd hij de schaduw van deze wereldstad geboren als één der negentien kinderen (uit twee huwelijken) van een onderwijzer, die hem ook begeleidde bij zijn eerste stappen op de viool.

Zoals Haydn was ook Schubert bij de Wiener Sängerknaben; hij krijgt er harmonieleer van hofkapelmeester Salieri en mag in het schoolorkest meespelen. Andere vakken kunnen hem echter weinig boeien; en na zijn stemmutatie trekt hij eruit, temeer daar Salieri hem had aangeboden gratis verder te blijven lesgeven. Zoals Bruckner studeert hij later voor hulponderwijzer omdat op die manier de legerdienst kan omzeild worden. Een tijdlang oefent hij die functie ook uit in de school van zijn vader. Op zijn veertiende (in zijn zangerstijd nog) had hij zijn eerste lied geschreven (“Hagars Klage”), en al vlug volgden de eerste strijkkwartetten en symfonieën. Alleen op die manier is het verklaarbaar dat hij op zijn zeventien liederen als “Gretchen am Spinnrade” en op zijn achttien “Erlkönig” heeft kunnen componeren.

Zijn materiële levensomstandigheden waren ver van schitterend, maar Schubert deed ook nooit een ernstige poging om daarin met een vaste betrekking verbetering te brengen: zowel een functie als muziekleraar in Ljubljana, als een vaste betrekking bij Esterhazy en een hoforganistenpost liet hij aan zich voorbijgaan. Hij leerde met weinig tevreden te zijn en omringde zich met een groepje vaste vrienden w.o. de dichter Franz Schober, de zanger Johann Vogl en de schilders Kupelwiesen en von Schwund.

’s ochtends componeerde hij steevast van zes tot één, ’s namiddags gaf hij privé-lessen en ’s avonds vertoefde hij met zijn vrienden op café, waar gemusiceerd werd (de zgn. Schubertiaden). Voor zijn composities kreeg hij nooit veel meer dan een bedelprijs. Hij krijgt steeds meer last met zijn gezondheid, en na een lange doodstrijd sterft hij uitgeput door allerlei infecties op 19 november 1828.