Informatie

adres
Kerk van het Heilig-Hart van Jezus, Kerkplein 17 Turnhout

voorzitter
Mia Vanheertum
014 - 41 62 77

dirigent polyfonie
Paul Elst

dirigent Gregoriaans
Maurits Van Obbergen

organist
Paul Elst

webbeheerder
mail

H.H. Missen

weekeinde
zondag: 9.30 uur (Hoogmis)

Cartoon

Facebookpagina

QR

Zangerskoor

Wij minnen, Heer, de luister van Uw Tempel,
de pracht van Uw altaar, wierook die stijgt
en geurt ... En alwie overschrijdt de drempel
ontbloot het hoofd, eerbiedig knielt en nijgt.

Het orgel ruist en schraagt de lofgezangen
die zwellen in de beuk - bede die aemt
en zweeft, wier echo's trillend blijven hangen,
die ieder hart tot medebidden praamt.

Wij zingen, Heer, wij danken, smeken, streven,
van Uw gelovig volk talen de vreugd
en smart. U, die de Troost zijt van dit leven
en die hierna ons eeuwig hoog verheugt.

Jozef Simons, koorlid
1888 - 1948

Cartoon

Buienradar

Weerbericht

Weersverwachting
Turnhout
Meer weer in Turnhout

Berichten

Bruckner, Anton

 

Net als zijn vader en grootvader was Anton Bruckner voorbestemd om in het onooglijke bergdorpje Ansfelden (in de buurt van de Boheemse grens) schoolmeester-koster te worden. Hij werd er als oudste in het gezin geboren, op 4 september 1824. Toen Anton dertien was, stierf zijn vader, waardoor de oudste naar de kloosterschool van Sankt Florian (in de buurt van Linz) ging. Daar werd hij Sängerknabe, en kreeg er les in orgel, piano en viool. In 1840 vertrok hij naar Linz voor zijn opleiding als hulponderwijzer, en zijn eerste jobs waren leercontracten in verschillende dorpen; als hulponderwijzer moest hij alles doen behalve lesgeven (tot zelfs de boeren helpen bij het uitmesten van de stallen).

Na het eindexamen wordt hij onderwijzer in Sankt Florian, en een jaar later ook kloosterorganist. In die tijd reeds begon zijn manie om zich voor alles zo vaak mogelijk te laten examineren en diplomeren. Hij wordt benoemd tot organist in Linz, en volgt per correspondentie theorieles bij Sechter (Wenen): zeven jaar lang blijft dit zijn leraar, en dat brengt hem vijf getuigschriften op.

In Linz (voor zijn begrippen een grootstad), hoort Bruckner voor het eerst symfonieën en opera’s. Hij ontmoet er operadirigent Otto Kitzler, die hem in de vormleer onderricht, en hem tot het Wagnerisme bekeert. Intussen verschenen zijn eerste composities: een “Mis in C” voor soli, 2 hoorns en orgel; verder zijn zgn. “Nulde symfonie”.

Naar aanleiding van een Tristanopvoering slaagt hij erin Wagner te ontmoeten, en na lang twijfelen neemt hij de uitnodiging aan om zijn overleden leraar Sechter in Wenen op te volgen. Hij krijgt een staatstoelage om te componeren, en het lectoraat aan de universiteit, waar hij bij zijn leerlingen (w.o. Gustav Mahler) erg geliefd was. Tijdens een bedevaart naar Bayreuth stelt hij aan Wagner zijn symfonieën voor.

In Wenen oogst hij minder succes dan in het buitenland, en eerst zijn “Te Deum” wordt bij het publiek gunstig onthaald. Aanvankelijk had hij Hanslick tegen zich, en ook Brahms vergiste zich in zijn genie. Na de “Derde symfonie” in 1880 komt er eindelijk een kentering, o.a. door de waardering van Hugo Wolf. Hij wordt ere-doctor aan de universiteit, bezoekt de keizer, en neemt ontslag als conservatoriumleraar als zijn zenuwen hem in de steek laten. De finale van de “Negende” raakt niet voltooid: hij sterft op 11 oktober 1896. Zijn doodskist staat vrij in de crypte van Sankt Florian.