Informatie

adres
Kerk van het Heilig-Hart van Jezus, Kerkplein 17 Turnhout

voorzitter
Mia Vanheertum
014 - 41 62 77

dirigent polyfonie
Paul Elst

dirigent Gregoriaans
Maurits Van Obbergen

organist
Paul Elst

webbeheerder
mail

H.H. Missen

weekeinde
zondag: 9.30 uur (Hoogmis)

Cartoon

Facebookpagina

QR

Zangerskoor

Wij minnen, Heer, de luister van Uw Tempel,
de pracht van Uw altaar, wierook die stijgt
en geurt ... En alwie overschrijdt de drempel
ontbloot het hoofd, eerbiedig knielt en nijgt.

Het orgel ruist en schraagt de lofgezangen
die zwellen in de beuk - bede die aemt
en zweeft, wier echo's trillend blijven hangen,
die ieder hart tot medebidden praamt.

Wij zingen, Heer, wij danken, smeken, streven,
van Uw gelovig volk talen de vreugd
en smart. U, die de Troost zijt van dit leven
en die hierna ons eeuwig hoog verheugt.

Jozef Simons, koorlid
1888 - 1948

Cartoon

Buienradar

Weerbericht

Weersverwachting
Turnhout
Meer weer in Turnhout

Berichten

Perosi, Don Lorenzo

Pier Luigi Lorenzo Perosi geboren 21 december 1872 in Tortona, gestorven 12 oktober 1956 in Rome. Don Lorenzo Perosi kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader, Giuseppe Perosi (1849-1908), die Maestro di Cappella van de Kathedraal van Tortona was, evenals een prominent kerkmusicus. Na studies aan het Conservatorio Santa Cecilia in Rome, studeerde Perosi aan het conservatorium van Milaan bij Michele Saladino.

In 1890, toen hij achttien jaar was werd Perosi organist en maestro di canto aan het Benedictijnerklooster te Monte Cassino. Hij kreeg zijn diploma van het conservatorium in Milaan in 1892 en daarop volgend ging hij een jaar lang studeren aan de Kirchenmusikschule bij Franz Haberl, die deze in 1874 gesticht had. Toen Perosi 21 jaar was werd hij muziekleraar aan het seminarie van Imola tot augustus 1894. In de daaropvolgende jaren componeerde hij een stroom kerkcomposities. Antifonen, responsories, magnificats, zowel als zettingen van de Passies voor Mattheus en Johannes.

In mei 1894 leerde Perosi in Mantua Kardinaal Sarto kennen, toen Patriarch van Venetië, die Paus Pius X zou worden, een ontmoeting die de rest van zijn leven zou beïnvloeden. Zij raakten bevriend en samen werkten zij aan de vernieuwing van de liturgische muziek. Binnen twee weken na hun ontmoeting werd Perosi officieel benoemd tot maestro di capella aan de San Marco in Venetië. In de zomer reisde Perosi naar Solemnes en Parijs en laat in november dirigeerde hij het koor van San Marco tijdens de formele intrede van de Patriarch. Perosi bleef veel componeren, terwijl hij theologische studies volgde. Perosi werd in september 1895 door kardinaal Sarto tot priester gewijd.

In 1898, gebruikte kardinaal Sarto zijn invloed bij Paus Leo XIII, om Perosi de prestigieuze post van Maestro Perpetuo della Cappella Sistina, of levenslang dirigent van het koor van de Sixtijnse Kapel in Rome te bezorgen. Ondertussen leidden de artistieke kwaliteiten van zijn werk tot een succesvolle en regelmatige uitvoering door heel Europa. Hij werd geëerd van Parijs tot Wenen en Perosi werd verwelkomd door de grootste artsitieke persoonlijkheden van die eeuw. Uit die wijdverbreide kring van kennissen ontstonden vele lange vriendschappen.

In 1902 nam Perosi ontslag van San Marco en vestigde zich permanent in Rome. Op zijn aandringen beëndigde Leo XIII de praktijk van castraten in het pauselijk koor. Na de dood van de Paus, dirigeerde Perosi de Grote Begrafenismis en slechts enkele dagen later leidde hij de muziek voor de kroning van vriend en vroeger Patriarch, nu Paus Pius X. Onder de werken gezongen bij deze gelegenheid waren Palestrina’s Missa sine nomine en Perosi’s eigen Oremus pro Pontifice. Enkele maanden na zijn kroning bracht Pius X een Motu Proprio uit over de hervorming van de kerkmuziek, waaraan Perosi, Fr. Angelo De Santi en Carlo Respighi hadden meegeschreven. Het Motu Proprio was een pauselijke declaratie die stelde dat Gregoriaanse zang onmiddelijk in ere hersteld moest worden in alle katholieke kerken over de hele wereld.

Lorenzo Perosi stichtte een Schola puerorum, waar arme jongens muziek konden studeren. Hij bleef reizen maken door heel Europa om zijn werken te dirigeren en muzikale hervormingen te bevorderen. Ondanks onderbrekingen in zijn directie, bleef Don Perosi ‘Mastro Perpetuo’ tot aan zijn dood, meer dan 50 jaar later. Na 1907 begon Perosi intenser aan psychologische en neurologische problemen te lijden, de eerste tekenen hiervan hadden zich in 1906 geopenbaard. De dood van zijn vader in 1908 verdiepte zijn depressie evenals de dood van zijn moeder een aantal jaren later. In 1922 werd Perosi door velen ongeneeslijk verklaard en de componist bracht vele maanden in betrekkelijke afzondering door; sommige bronnen zeggen dat hij kort was opgenomen. Recent onderzoek wijst uit dat dit niet zo was en dat hij in 1922 niet van verblijfplaats veranderde. In 1923 was Perosi weer volop terug in actie, veel componerend en in de laatste tien jaar van zijn leven hield hij een druk directieschema aan.

Perosi leverde met zijn oeuvre, dat o.a. ongeveer 40 missen, 150 psalmen, 13 oratoria, verscheidene motetten, een requiem, een Te Deum en een Stabat Mater omvatte, een belangrijke bijdrage tot de heropleving van de Palestrina-stijl. Hij kreeg navolging van verscheidene Italiaanse en Spaanse componisten van kerkmuziek.