Informatie

adres
Kerk van het Heilig-Hart van Jezus, Kerkplein 17 Turnhout

voorzitter
Mia Vanheertum
014 - 41 62 77

dirigent polyfonie
Hilde Van Eyck

dirigenten Gregoriaans
Maurits Van Obbergen
Jochem Baas

organist
Jochem Baas
014 - 61 01 72
mail

H.H. Missen

weekeinde
zondag: 9.30 uur (Hoogmis)

werkdagen
iedere dag om 7.30 uur en op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag om 10.30 uur

Cartoon

Twitter Ceciliakoor

QR

Zangerskoor

Wij minnen, Heer, de luister van Uw Tempel,
de pracht van Uw altaar, wierook die stijgt
en geurt ... En alwie overschrijdt de drempel
ontbloot het hoofd, eerbiedig knielt en nijgt.

Het orgel ruist en schraagt de lofgezangen
die zwellen in de beuk - bede die aemt
en zweeft, wier echo's trillend blijven hangen,
die ieder hart tot medebidden praamt.

Wij zingen, Heer, wij danken, smeken, streven,
van Uw gelovig volk talen de vreugd
en smart. U, die de Troost zijt van dit leven
en die hierna ons eeuwig hoog verheugt.

Jozef Simons, koorlid
1888 - 1948

Cartoon

Buienradar

Weerbericht

Weersverwachting
Turnhout
Meer weer in Turnhout

2 - Heilig-Hart

Ontstaan

De wortels van de devotie vindt zijn eerste sporen in het Nieuwe Testament. Johannes verhaalt van Jezus’ zijde, die door een lans doorboord werd. Lezing van de Schrift, meditaties en overpeinzingen maakten het doorboorde Heilig Hart daarmee tot onderwerp van mystieke ervaring. Deze ervaringen zouden in de late Middeleeuwen in een aantal mystici een hoogtepunt bereiken om daarna vanaf de zeventiende eeuw langzaam tot een openbare collectieve cultus uit te groeien.

Middeleeuwen

De mystica Mechthild van Maagdenburg schrijft over stromen van licht, die uit Jezus en zijn Hart komen. Gertrudis van Helfta beschrijft in haar Legatus divinae pietatis eveneens visioenen over het Hart van barmhartigheid. Deze en andere mystici beschrijven verschillende ervaringen, die zich deels concentreren op het Heilig Hart. Hier blijft de verering echter uitsluitend innerlijk en persoonlijk.

17e eeuw

Tussen 1673 en 1675 had Margaretha-Maria Alacoque verschillende visioenen over het Heilig Hart. De latere devotie heeft zij wezenlijk beïnvloed, zij het dat het klimaat aan het eind van de 17e eeuw daaraan eveneens een bijdrage leverde. De humanist Justus Lipsius (1547-1606) schreef over het hart als centrum van de menselijke persoonlijkheid, de theoloog en wiskundige Pascal (1623-1662) heeft het over een “Theologie van het Hart”, waarin de Godskennis tot uiting zou komen en de Engelse koninklijke lijfarts William Harvey (1578-1657) beschrijft de rol van het hart in de bloedsomloop. Natuurwetenschappelijke ontdekking gaat hier samen met een theologisch perspectief. In het opkomende rationele denken van de 17e eeuw is de verering van het Heilig Hart bovendien ook een antwoord, waarin affectie en emotie aandacht krijgen. Om deze reden hebben de Jezuïeten (vooral Alacoques leidsman Claude de la Colombière) de verering gezien als een middel ten behoeve van de late contrareformatie en ook tegen rationalistische dwalingen, zoals het Jansenisme. Door het uitgevaardigde verbod tegen de Jezuïeten aan het eind van de 18e eeuw, kwam de verbreiding van de cultus tijdelijk tot stilstand.

Verbreiding

Na 1800 Hoezeer de verering in het 18e eeuwse Frankrijk verbreid was, blijkt uit het feit, dat het Hart van Jezus enige tijd als symbool voor de Franse anti-revolutionairen (veelal arme boeren, kleine adel en eenvoudige burgers) werd gebruikt. Een familie die tijdens de bloedige Franse Revolutie Heilig-Hart-afbeeldingen uitdeelde, kwam onder de guillotine. Pas in de loop van de 19e eeuw werd de verering ook duidelijker zichtbaar buiten Frankrijk. In Duitsland werd het ingezet als katholieke uiting tijdens de Kulturkampf, in Nederland werd het eveneens een banier van de zich emanciperende katholieken. In alle gevallen lijkt de verering juist daar om zich te grijpen, waar de positie van de Rooms-Katholieke Kerk, of in elk geval de Rooms-Katholieken, in het gedrang is. In de tweede helft van de 19e eeuw schoten parochiële broederschappen uit de grond, zoals de “Erewacht van het Goddelijk Hart van Jezus”, waarbij de leden als lijfwachten van Jezus werden begrepen. Daartoe behoorde ook het gebedsapostolaat, waarin men “staat voor de zaak van Christus”.

Eeuwwende 1900

Aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw kreeg de Heilig Hart-verering nieuwe impulsen, niet alleen door hernieuwde belangstelling van verschillende pausen. De opkomende industrialisering zorgde voor een proletarisering van de voorheen vrijwel automatisch katholieke plattelandsbevolking. De democratie met algemeen kiesrecht deed zijn intrede. De overheid en samenleving waren seculier geworden. Vakbonden werden opgericht, onderwijs en sociale kwesties kwamen op. Naast de ontwikkeling van de katholieke sociale leer (de encyclieken Rerum Novarum in 1891 en Quadragesimo Anno in 1931) trad een nieuwe generatie zielzorgers (in Nederland Alfons Ariëns en Henri Poels, in Duitsland Oswald von Nell-Breuning en in Frankrijk Leo Dehon en Paul Antoine Naudet) naar buiten. Voor hen zou de Heilig Hart-verering persoonlijke vroomheid met sociale actie in het teken van naastenliefde moeten stimuleren. Zo werden bijvoorbeeld in deze periode in de Nederlandse provincie Limburg meer dan honderd Heilig-Hart-beelden op pleinen en straten in woonwijken geplaatst en tientallen parochie-broederschappen gesticht met het doel de Heilig Hart-verering te verdiepen.

Tegenwoordig

De devotie tot het Heilig Hart van Jezus is in de Katholieke Kerk wijd verspreid, hoewel er een verschil is tussen vergevorderd seculariserende samenlevingen en samenlevingen waar het christendom een grote(re) publieke factor is. Behalve het hoogfeest van het Allerheiligste Hart van Jezus wordt doorgaans elke eerste vrijdag van de maand aan het Heilig Hart van Jezus toegewijd en verbonden met een sacramentsuitstelling. Aan de devotie is de belofte verbonden, dat wie op negen achtereenvolgende eerste vrijdagen (van de maand) de H. Mis bijwoont, biecht en in de Mis communiceert, geen plotselinge en onvoorziene dood zal sterven en in zijn sterfuur gesterkt zal worden door Gods bijzondere bijstand en de Laatste Sacramenten.

Waardering door de Hiërarchie

Hoewel Margaretha-Maria Alacoque reeds in 1675 een feestdag ter ere van het Heilig Hart verlangt, wordt een eerste Heilig-Hart-liturgie pas in 1765 door Clemens XII toegestaan (voor wat betreft Polen). Paus Pius VI wijdde in zijn encycliek Auctorem Fidei, waarin hij het Jansenisme en allerhande ongeoorloofde politieke en liturgische vernieuwingen veroordeelde, een positieve passage aan de Heilig-hart-devotie. Officiële goedkeuring van de Heilig Hart-verering werd in 1854 door Paus Pius IX verleend, de derde vrijdag na Pinksteren werd tot Hoogfeest van het Heilig Hart. In 1873 werd door Pius IX vastgelegd dat voortaan de maand juni de Hart-van-Jezus-maand zou zijn. Pauselijke Hart-van-Jezus-aflaten werden gepropageerd en Pius IX sloot zijn encycliek Quanta Cura af met een beroep op het Heilig Hart. In 1899 verscheen vervolgens de encycliek Annum Sanctum van Paus Leo XIII, waarin hij de wereld toewijdt aan het Hart van Jezus, dat “gelukbrengend en goddelijk teken” is. Paus Pius XII schreef in 1956 zijn encycliek Haurietis Aquas in Gaudio over het Heilig Hart en de betekenis ervan voor de moderne wereld.

Inspiratie

De spiritualiteit van het Heilig Hart bood inspiratie aan tal van personen uit de Katholieke Kerk door de eeuwen heen. Behalve personen zijn ook vele congregaties en religieuze orden erdoor geïnspireerd.

bron: Religion Wiki