Informatie

adres
Kerk van het Heilig-Hart van Jezus, Kerkplein 17 Turnhout

voorzitter
Mia Vanheertum
014 - 41 62 77

dirigent polyfonie
Paul Elst

dirigent Gregoriaans
Maurits Van Obbergen

organist
Paul Elst

webbeheerder
mail

H.H. Missen

weekeinde
zondag: 9.30 uur (Hoogmis)

Cartoon

Facebookpagina

QR

Zangerskoor

Wij minnen, Heer, de luister van Uw Tempel,
de pracht van Uw altaar, wierook die stijgt
en geurt ... En alwie overschrijdt de drempel
ontbloot het hoofd, eerbiedig knielt en nijgt.

Het orgel ruist en schraagt de lofgezangen
die zwellen in de beuk - bede die aemt
en zweeft, wier echo's trillend blijven hangen,
die ieder hart tot medebidden praamt.

Wij zingen, Heer, wij danken, smeken, streven,
van Uw gelovig volk talen de vreugd
en smart. U, die de Troost zijt van dit leven
en die hierna ons eeuwig hoog verheugt.

Jozef Simons, koorlid
1888 - 1948

Cartoon

Buienradar

Weerbericht

Weersverwachting
Turnhout
Meer weer in Turnhout

Berichten

Wederwaardigheden

De grootste bekommernis van een dirigent is de opkomst van zijn zangers op herhalingen en uitvoeringen. Het bestuur van het koor keek nauwlettend toe op afwezigheden en was onverbiddelijk. Er heerste in het koor een “ijzeren tucht”.  Als voorbeeld halen wij een beraadslaging aan uit 1897 waarin de afwezigheid van een lid wordt besproken:

“De heer Claesen, bestuurder, geeft mededeeling van eenen brief van den heer Jos. Mooreels waarin deze te kennen geeft, dat hij op zekere tijdstippen de verplichtende diensten niet kan bijwonen en verzoekt de commissie hem voor alsdan van de boeten te ontslaan, zoo niet hij verplicht zal zijn zijn ontslag als zanger te geven. De leden, na bespreking, zijn alle van gevoelen dat het verzoek van den heer Mooreels niet kan worden toegestaan, aangezien er geene uitzondering kan gemaakt worden voor de toepassing van het reglement. Niettegenstaande hun spijt over dit verlies verkiezen zij het ontslag van dit lid boven eenige afwijking aan het reglement, hieruit volgt, dat de heer Mooreels aanzien wordt als geen deel meer makende van het koor, deze beslissing zal hem per brief bekend gemaakt worden.”

Een afwezigheid op herhaling of uitvoering, zelfs mits een geldige reden, werd financieel beboet. Ook hierin kende het bestuur geen genade:

“Verders wordt gesproken over de vraag van den zanger Charles Marijnen strekkende om ontslagen te zijn van de boet voor de dagen op dewelke hij aan de oefeningen van de Burgerwacht moet deelnemen. De commissie na beraadslaging besluit dat deze ontlasting van boet niet kan toegestaan worden en dat er desaangaande niet van het reglement mag afgeweken worden om alle misbruiken te vermijden, deze beslissing zal aan den zanger Ch. Marijnen bekend gemaakt worden.”

Het opluisteren van de Hoogmis bleef niet de enige activiteit van het kerkkoor. Op de feestdagen werden de leden ook verplicht het Lof en de Vespers te zingen. Elk jaar werd ook deelgenomen aan de Processie en de Generale Berechting, waarbij men al zingend ’s morgens de H. Communie aan de zieken van de parochie bracht:

“Na de Berechting des voormiddags zullen de zangers zoveel mogelijk samen uitgaan in de nieuwe parochie; ’s namiddags zal er een uitstap gedaan worden langs de velden en bosschen Lokeren, Papenbrugge, Veedijk, Zeverdonck; er zal gezorgd worden slechts een klein getal herbergen te bezoeken om alzoo frisch en wel te pas ’s avonds aan een maal te kunnen vergaderen waarmede de heer Straelen voorzitter nogmaals de leden zal vergasten op zijn buitengoed.”

Door het overlijden van Frans Straelen, voorzitter, en het ontslag van Karel Claessen, dirigent, kwam het koor onder een nieuw tweemanschap. Onder Jan Van Mierlo (voorzitter) en Jef Brandt (dirigent-orgelist) zou het koor uitgroeien tot wat bepaalde dagbladen schreven “het beste zangkoor van Turnhout”. Het bevoegde blad “Het Madrigaal” maakt zelfs gewag van “het beste koor van de Kempen”!

De heer Jan Van Mierlo heeft meer dan 40 jaar het voorzitterschap waargenomen. Het is al de leden van Sinte-Cecilia bekend, met welk enthousiasme hij zich van deze taak heeft gekweten. Bovendien was hij de mecenas van het koor. Onder zijn leiding werden uitstappen georganiseerd in binnen- en buitenland. Aan diverse feestvieringen werd, dank zij zijn financiele steun, de nodige luister bijgezet.

Wanneer hij later, in de jaren zestig, zijn voorzitterszetel afstond, werd hij erevoorzitter van het koor, en achtte het nog tot zijn plicht uitvoeringen en vergaderingen bij te wonen. Waren zijn muzikale talenten niet bijster groot, dan was het alle zangers bekend, dat hij een enorme voorliefde had voor Gregoriaans, voornamelijk wanneer in de Latijnse tekst het woord “vinum” (wijn) stond vermeld. En van zijn wijn hebben we diverse keren mogen genieten…

Jan Van Mierlo was tevens een alomgeprezen cultuurmens. Dat is de reden waarom heel wat ronkende namen op de ledenlijst van het koor vermeld staan. Noemen we onder andere Jozef Simons, schrijver, vriend van de voorzitter, die zanger en bestuurslid werd. Door hem werden verschillende teksten geschreven ten behoeve van het koor, die door componisten werden getoonzet.

Baron Flor Peeters was leerling van Jef Brandt. Bovendien was ook hij vriend van Jan Van Mierlo. Bij grote gelegenheden kwam baron Flor Peeters het koor begeleiden. Hij schreef vele composities ter ere van de voorzitter.

Jef Brandt heeft vele tientallen jaren met vaste hand het koor gedirigeerd. Als laureaat van het Lemmens-instituut was hij bovendien een zeer begaafd organist. Talrijk zijn zijn composities. Onder zijn kundige leiding groeide het mannenkoor uit tot boven de vijftig leden. Het zingen van vierstemmige missen was dan ook gebruikelijk. Hij was kunstenaar in hart en ziel, en eiste algehele perfectie van de uitvoeringen:

“Laat Jef Brandt gerust vloeken op zijn katheder. Laat hem met zijn vuisten door de lucht en op het orgel klieven, deze woede is van de heilige soort. Ze wordt hem ingegeven door zijn liefde voor het koor, voor de kunst, voor de kerk. Zijn wilskracht, het mag na zoveel jaren arbeid gerust openlijk worden gezegd, verdient onze bewondering en onze dank.”

Een probleem op het hoogzaal was (en is) de stilte. De leden hebben tussen de gezangen door wel eens iets te zeggen. Dit lokte in 1947 de ergernis uit van pastoor Van Assche. Op het Sinte-Ceciliafeest van dat jaar was hij “plotseling ziek” en liet aan zijn onderpastoor de netelige taak over, dit met de leden te bespreken:

“E.H. Masui nam de onaangename karwei op zich, te trachten  ons tot betere gevoelens te brengen, kwestie stilzwijgendheid op het oksaal. Natuurlijk lokte dit tegenspraak uit, begrijpelijk voor wie de reactionairen van ons koor kent. Als tegenprestatie wenste de ene dat de duur der preken zou worden ingekrompen, de andere vond 52 zondagen zwijgen te veel. Een compromis kon Goddank nog worden bekomen: we zouden allemaal ons best doen, maar konden ons niet door een stellige belofte verbinden……..”

bron: Kerkelijk en Godsdienstig Leven in de Heilig-Hartparochie te Turnhout – Jef Roymans (1985)