Informatie

adres
Kerk van het Heilig-Hart van Jezus, Kerkplein 17 Turnhout

voorzitter
Mia Vanheertum
014 - 41 62 77

dirigent polyfonie
Paul Elst

dirigent Gregoriaans
Maurits Van Obbergen

organist
Paul Elst

webbeheerder
mail

H.H. Missen

weekeinde
zondag: 9.30 uur (Hoogmis)

Cartoon

Facebookpagina

QR

Zangerskoor

Wij minnen, Heer, de luister van Uw Tempel,
de pracht van Uw altaar, wierook die stijgt
en geurt ... En alwie overschrijdt de drempel
ontbloot het hoofd, eerbiedig knielt en nijgt.

Het orgel ruist en schraagt de lofgezangen
die zwellen in de beuk - bede die aemt
en zweeft, wier echo's trillend blijven hangen,
die ieder hart tot medebidden praamt.

Wij zingen, Heer, wij danken, smeken, streven,
van Uw gelovig volk talen de vreugd
en smart. U, die de Troost zijt van dit leven
en die hierna ons eeuwig hoog verheugt.

Jozef Simons, koorlid
1888 - 1948

Cartoon

Buienradar

Weerbericht

Weersverwachting
Turnhout
Meer weer in Turnhout

Berichten

3 - Architect Taeymans

  

Levensbeschrijving

Petrus Josephus Taeymans werd op 3 december 1842 geboren in Oorderen, een klein Scheldedorp ten noorden van Antwerpen. In 1929 werd deze gemeente bij Antwerpen ingedeeld. Pieter was de zoon van een metser-aannemer van openbare werken. In de metropool volgde hij les aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, waar hij eindigde als eerste van de klas. Voor de vervolmaking van zijn opleiding liep hij stage op de burelen van Gife, toenmalig provinciaal bouwmeester in Antwerpen.

Eind 1869 vestigde Taeymans zich in Turnhout. In juli van datzelfde jaar was hij aangesteld als provinciaal architect voor het arrondissement Turnhout. Pieter was toen 26 jaar oud. Zijn jaarwedde werd door de provincieraad vastgesteld op 2.200 BF. De daaropvolgende jaren werd hij telkens voor een termijn van vijf jaar herbenoemd.
In 1870 huwde hij met Maria Louisa Renders. Samen kregen ze acht kinderen, allen geboren in Turnhout. Hun twee oudste zonen (Xavier en Jules) hebben het beroep van architect verdergezet. Vooral Jules was zeer actief. Hij volgde zijn vader ook op als provinciaal architect. Een derde zoon was pater-jezuïet en binnen die orde occasioneel eveneens werkzaam als architect.

In 1873 werd ‘vader’ Taeymans directeur van de stedelijke tekenschool en leraar van de architectuurklas. Onder zijn bestuur werden knappe vakmannen gevormd die veel verbetering en verfraaiing hebben gebracht in de bouwsector. Verder was Pieter Taeymans in Turnhout actief als voorzitter van de kerkfabriek van de Heilig Hartparochie en als medestichter van de werkmansgilde, ‘de Maatschappij van Onderlingen Bijstand’.

Bijna dagelijks doorkruiste P.J. Taeymans de Kempen. Hij viel op door zijn witgrijze haarbos, zijn statige en strenge blik, zijn voorname gang en zijn afgemeten bewegingen. ‘s Avonds, in een stille werkkamer bij een petroleumlamp, tekende hij ontwerpen die getuigen van een groot vakmanschap. Pieter Jozef Taeymans overleed op 16 juni 1902 en werd in Turnhout begraven op het oude kerkhof aan de Kwakkelstraat.

Genealogie

Pieter Jozef Taeymans was gehuwd met M.L. Renders. Drie zonen traden in de voetsporen van hun vader: Jules (°10 oktober 1872, +5 mei 1944), Ludovicus en Xavier.

  • Jules volgde zijn vader op als provinciaal bouwmeester (1903-1937). Naast tientallen ontwerpen van nieuwe gebouwen realiseerde Jules in Turnhout een groot aantal restauraties en verbouwingen, waaronder die van het kasteel (1912-1921) en van de St.-Theobalduskapel.
  • Ook Xavier was architect. Vanaf 1900 werkte hij een vijftiental jaar in Turnhout, waar hij werd beschouwd als een talentvol maar ‘onevenwichtig’ architect. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij in Engeland gestorven.
  • Pater Ludovicus was vooral bekend als heimatschilder maar daarnaast ontwierp hij ook het Jezuïtencollege in Turnhout en verscheidene landhuizen in Alken.

De architect en zijn tijdsgeest

Lange tijd werden woonhuizen ontworpen door de aannemers zelf, meestal zonder tussenkomst van een architect. In de tweede helft van de 19de eeuw kwam de ontsluiting van de Kempen op gang dankzij grote verwezenlijkingen zoals het kanaal (1846, 1874), de spoorweg (1867) en de verharding van doorgaande wegen. Bloeiende nijverheden vestigden zich en Turnhout verwierf een grens-overschrijdende uitstraling met alle demografische gevolgen vandien. Er ontstond een nieuwe klasse van welgestelden, handelaars en middenstanders: de burgerij.

Die burgerij liet statige herenhuizen optrekken: voor sommigen een teken van vooruitgang, voor anderen een verstoring van de sobere plattelandsarchitectuur. Taeymans, de grootstadsmens die zich in een kleine provinciestad vestigde, heeft nooit de geest van de eenvoudige Kempische architectuur begrepen. De strenge, soms brutale eenvoud van een landelijk bouwwerk beschouwde hij niet als architectuur. In zijn tijd golden slechts decor, effect, versiering en grootsprakerige nabootsing. Voor een eenvoudig landelijk kerkje, een 17de-eeuwse pastorij of een 18de-eeuwse boerderij bracht hij maar weinig waardering op.

Van omstreeks 1870 tot aan de Tweede Wereldoorlog draagt de architectuur in het arrondissement Turnhout de stempel van de provinciale architecten Taeymans, vader (Pieter) en zoon (Jules). Hun invloed op de ontwikkeling van de architectuur in de Kempen is groter geweest dan die van hun voorgangers. Vader Taeymans werd gevraagd voor tal van restauraties, verbeterings- en vergrotingswerken. Hij tekende ook een massa nieuwe ontwerpen: tenminste acht gemeentehuizen, vierentwintig kerken en kapellen, twaalf pastorijen, vier kloosters, zeventien scholen, dertien onderwijzerswoningen, twee brandweerkazernes, een ziekenhuis en vijfenveertig burgerhuizen. Daarnaast tekende hij plannen voor kunstwerken als altaars, preekstoelen, wijwatervaten, herdenkingsmonumenten, ijzeren constructies en dorpspompen.

Pieter Taeymans kwam tegemoet aan de wens van de 19de-eeuwse burger die een sobere voorname eenvoud minderwaardig vond. De toenmalige tijdsgeest (een hernieuwde belangstelling voor het glorierijke verleden) deed architecten teruggrijpen naar oude stijlen. Griekse, Romeinse en Middeleeuwse gebouwen stonden model voor allerlei ‘neostijlen’.

Vader Taeymans schakelde moeiteloos over van de ene neostijl naar de andere. In zijn beginjaren was hij een aanhanger van het neoclassicisme, vooral voor burgerlijke gebouwen. Later bouwde hij vooral in neorenaissance (hergeboortestijl) en eclectisme (een mengeling van diverse oude stijlen en nieuwe materialen). Voor zijn religieuze bouwwerken hanteerde Pieter voornamelijk de neoromaanse en de neogotische stijl. P.J. Taeymans was geen cliché-architect. Hij herhaalde zich niet in zijn werk. Van elke woning zijn de omlijstingen van ramen en deuren, de kroonlijsten en de versierde sluitstenen boven ramen en deuren verschillend. Hij had bijzonder veel oog voor detail en variatie.

Alhoewel zijn werkkring beperkt bleef tot het arrondissement Turnhout, zo’n 52 gemeenten, werden zijn verdiensten door de Staat erkend. In 1895 werd Pieter tot Ridder der Leopoldsorde verheven en in 1899 werd hij vereerd met de burgerlijke medaille van eerste rang. Van de provincie Antwerpen kreeg hij de titel van ere-bouwmeester.

bron: Heemkundige Kring Amalia van Solms